OVAM en gemeenten brengen risicogronden in kaart

27 jan

De OVAM en de Vlaamse gemeenten wisselen al een tijdje informatie uit rond mogelijke risicogronden. Het betreft vooral informatie uit VLAREM-vergunningen, vermits veel archiefinformatie nog niet werd gedigitaliseerd. Om de inventaris van risicogronden tegen 2017 zoveel mogelijk te vervolledigen, zal de OVAM de gemeenten ondersteunen met teams van experts en andere maatregelen. Die ondersteuning is noodzakelijk om een goede kwaliteit van de uitgewisselde gegevens te waarborgen. Een kwalificatie van een perceel als risicogrond heeft immers een grote impact op een hele reeks betrokkenen.

Hoe werkt het?

Op basis van de afgeleverde milieuvergunningen stelt elke gemeente een inventaris op van risicogronden en bezorgt die aan de OVAM. Zo weet de OVAM op welke gronden nog een bodemonderzoek moet gebeuren, wat essentieel is voor een correcte aflevering van bodemattesten. Op die manier kunnen ernstig verontreinigde gronden tijdig worden aangepakt.

Omgekeerd bezorgt de OVAM ook heel wat bodeminformatie aan de gemeenten. Die data-uitwisseling geeft gemeenten een beter beeld van mogelijk verontreinigde gronden, brownfields, stadskankers en andere historische erfenissen op hun grondgebied. Samen met het lokale bestuur kan de OVAM vervolgens een gerichte aanpak uitwerken.
Sinds de lancering van het nieuwe webloket is de kwaliteit van de Gemeentelijke Inventaris (GI) sterk verbeterd. Minstens 275 gemeenten wisselden al informatie over risico-inrichtingen uit met de OVAM. Via het webloket werd informatie over meer dan 100.000 kadastrale percelen met VLAREBO-rubrieken uitgewisseld. 30 gemeenten wisselden hun inventaris van risicogronden al volledig uit met het webloket.
Informatie van burgers en bedrijven

In veel gevallen beperkt bodeminformatie zich tot gegevens uit recente en oude milieuvergunningen. Maar het zijn de werkelijk uitgevoerde activiteiten die bepalen of een perceel een risicogrond is. Over die informatie beschikken de gemeenten vaak niet. Het gebeurt dat vergunde rubrieken niet (meer) overeenstemmen met de werkelijke exploitatie, of dat vergunde activiteiten nooit hebben plaatsgevonden. De vergunde rubrieken zijn ook niet altijd van toepassing op alle vergunde percelen.

Als een eigenaar of exploitant meent dat een kadastraal perceel onterecht als risicogrond is opgenomen, kan hij dat met de nodige bewijsstukken aantonen. Op basis daarvan kan de gemeente het perceel uit de GI verwijderen. In complexe gevallen met onvoldoende informatie kan de betrokkene een gemotiveerde verklaring laten opstellen door een erkende bodemsaneringsdeskundige. Daarin wordt de werkelijke situatie op het terrein uitgeklaard door middel van een gedetailleerd historisch onderzoek. Na het akkoord van de OVAM gaat de verklaring naar het lokale bestuur. De gemeente is niet aansprakelijk voor fouten als zij een perceel uit de GI verwijdert op basis van een gemotiveerde verklaring van een bodemsaneringsdeskundige.

Steun bij vervolgacties

Een classificatie als risicogrond kan leiden tot probleemsituaties en twijfelgevallen. Voor gemeenten die de nodige inspanningen hebben geleverd om de GI volledig uit te wisselen, voorziet de OVAM bijkomende ondersteuning om zulke problemen vlugger uit de klaren.