In kaart brengen van verontreinigingen in bouw- en infrastructuurprojecten

27 nov

De standaardprocedure voor de opmaak van een technisch verslag (OVAM) stelt dat wanneer er een verontreiniging wordt vastgesteld, bijkomende staalnames vereist zijn. Indien er voldoende gegevens beschikbaar zijn om de ernst en de omvang van de verontreiniging in kaart te brengen kan de erkende bodemsaneringsdeskundige argumenteren dat bijkomende staalname in specifieke gevallen niet nodig is.

De Grondbank stelt vast dat steeds meer bodemsaneringsdeskundigen opteren voor een eenvoudige 'worst case afbakening'. Dit houdt in dat de verontreinigde zone wordt afgebakend tot aan de volgende boringen waar de verontreiniging niet meer wordt vastgesteld. Daarbij wordt de bemonstering m.a.w. beperkt tot de minimale bemonsteringsdichtheid. Als gevolg van de relatief grote afstand van de boringen onderling leidt dit heel dikwijls tot grote volumes gronden met slechte milieuhygiënische kwaliteit. 

Daarbij wordt echter vergeten dat de afgebakende zone kan bestaan uit een effectief verontreinigde zone en een dikwijls groot aandeel van minder verontreinigde gronden. In sommige gevallen kan het ook zijn dat een bepaalde verontreiniging zeer lokaal is - bvb. door de aanwezigheid van een korreltje teerhoudende asfalt in de toplaag, of een spot van een verontreiniging op een aanpalend perceel.

Dit vormt een probleem omwille van verschillende redenen:

1. Verdunning/vermenging

Wanneer de aannemer de gronden uitgraaft op basis van het zoneringsplan zal geen onderscheid worden gemaakt tussen de kern van een verontreiniging en de worst case afgebakende omliggende zone. Door het soms significante verdunningseffect kunnen dergelijke partijen op die manier plots wel in aanmerking komen voor een gebruik conform Vlarebo - meestal bouwkundig bodemgebruik.  Indien dat gebeurt is het belangrijk om op te merken dat voor het weerleggen van een initiële slechte kwaliteit een uitgebreide strategie vereist is. De bemonsteringstrategie voor heterogene partijen is hier van toepassing.
Maar de slotsom blijft dat deze werkwijze kan leiden tot verdunning, hetgeen niet toegelaten is volgens het VLAREBO (art. 160).

2. Problemen bij prijszetting - risico's

Voor zowel de opdrachtgever als de aannemer die de grondwerken dient uit te voeren stelt de worst case afbakening een probleem. Enerzijds wordt een te groot volume gemakkelijkheidshalve als te reinigen opgegeven, wat gezien de tarieven voor grondreiniging een belangrijke impact heeft op de totale kostprijs. Aannemers die geconfronteerd worden met dergelijke afbakeningen, trachten in te schatten welk aandeel effectief zal dienen gereinigd te worden. Zij zullen hiervoor zelf ten eerste beroep moeten doen op een erkende bodemsaneringsdeskudnige. Bovendien zullen zij vooraf een inschatting proberen te doen, met belangrijke risico's als gevolg.  

3. Communicatie met de opdrachtgever

Gezien de belangrijke prijsconsequenties is het belangrijk dat de opdrachtgever goed wordt geïnformeerd. Zo bvb. is een opdrachtgever er zich niet steeds van bewust dat bijkomende bemonstering in uitvoeringsfase voor vertraging van de werken kan zorgen. Bovendien zorgt een zo nauwkeurig mogelijke afperking ervoor dat discussies achteraf worden vermeden.

Hoe aanpakken?

De Grondbank kan niet genoeg benadrukken dat een volwaardige afperking en/of bijkomende staalname meestal toelaat om de probleemzone nauwkeuriger in kaart te brengen. Op die manier kan de uitgraving veel gerichter gebeuren en wordt het verdunningseffect uitgeschakeld. Ook wanneer een uitzonderlijk niet te verklaren resultaat wordt bekomen, is het belangrijk dat dit wordt geverifieerd aan de hand van een voldoende representatief aantal controlestalen.

Door deze aanvullende onderzoeksverrichtingen op voorhand uit te voeren - en niet uit te stellen tot in de uitvoeringsfase - kunnen problemen en discussies achteraf makkelijk voorkomen worden. Beide partijen - opdrachtgever en aannemer - hebben baat bij een zo nauwkeurig mogelijk beeld van de grondkwaliteiten en volumes.

Indien het - bvb door tijdsdruk - onmogelijk is om deze bijkomende staalname op voorhand uit te voeren, kan worden geopteerd voor bijkomende maatregelen tijdens de uitvoering; Zo kan bvb worden gekozen voor begeleiding door erkende bodemsaneringsdeskundige ter hoogte van de afgebakende zone en/of een gefaseerde (in deelpartijen) uitgraving op te leggen. Op die manier kunnen de verontreinigde deelpartijen selectief worden ontgraven van de niet-verontreinigde deelpartijen en vermenging worden voorkomen.

Plan van aanpak

Door gericht advies kan de erkende bodemsaneringsdeskundige zijn opdrachtgever op die manier heel wat problemen besparen en de rechtszekerheid voor opdrachtgever en aannemer vergroten.

De volgende elementen zijn belangrijk voor het technisch verslag:

1. Een zo nauwkeurig mogelijke afbakening van de verschillende kwaliteiten op het zoneringsplan, om de verontreinigingen zo gericht mogellijk te kunnen uitgraven en vermenging te voorkomen;

2. Indien dit niet mogelijk is: een duidelijk plan van aanpak hoe de uitgravingswerken gefaseerd moeten aangepakt worden en waar bijkomende controlestaalname en/of begeleiding door een erkende bodemsaneringsdeskundige vereist is;

3. Transparante communicatie met de opdrachtgever om de voor- en nadelen af te wegen

 

Bron Nieuwsbrief Grondbank vzw