Bodemonderzoek: Verdachte stoffen en afbraakparameters

05 aug

Verdachte stoffen

Bij de uitvoering van oriënterende bodemonderzoeken worden in vele gevallen enkel de SAP-parameters onderzocht. Er wordt onvoldoende aandacht besteed aan onderzoek van de verdachte stoffen die gelinkt kunnen worden aan de potentiële verontreinigingsbronnen. Hierdoor worden regelmatig aanvullende onderzoeksverrichtingen opgelegd. Dit levert voor de opdrachtgevers een onvoorziene meerkost en aanzienlijke vertraging op van hun dossier.

De erkende bodemsaneringsdeskundige moet bij het opstellen van de bemonsteringsstrategie per potentiële verontreinigingsbron nagaan of er bijkomende specifieke parameters onderzocht moeten worden (PCB, dioxines, cyanides, relevante afbraakproducten,  …).

Dit kan gebeuren op basis van de geldende ‘Code van goede praktijk – inventaris verdachte stoffen per VLAREBO-rubriek’, aangevuld met een evaluatie door de bodemsaneringsdeskundige (op basis van de voorstudie, zintuiglijke waarnemingen, vroegere onderzoeksresultaten, ...).

Afbraakparameters

Er wordt ook vastgesteld dat in beschrijvende bodemonderzoeken de afbraakparameters van de vastgestelde verontreinigingen uit het oriënterend bodemonderzoek onvoldoende of niet worden onderzocht. Deze kunnen nochtans een groter risico vormen dan de oorspronkelijke verontreiniging.

De erkende bodemsaneringsdeskundige moet, bij de afperking van de verontreiniging en de uitvoering van de risico-evaluatie, ook de afbraakparameters mee opnemen.

Lees meer op standaardprocedures Bodemdecreet.

 

Bron OVAM