Gentse bio-ingenieurs doen talrijke nieuwe vondsten in Stonehenge

12 sep

Onderzoekers van de UGent brachten samen met een internationaal team de bodem van Stonehenge in kaart met geavanceerde bodemsensoren en deden talrijke nieuwe prehistorische vondsten.

ENGINEERINGNET.BE - De bodem in de omgeving van het wereldberoemde Britse monument van Stonehenge werd door een internationaal team in detail in kaart gebracht met geavanceerde bodemsensoren.

Door het statuut van UNESCO Werelderfgoed heersen er strikte beperkingen op archeologische opgravingen zodat grootschalige prospecties enkel met niet-invasieve bodemscantechnieken kunnen uitgevoerd worden.

In de voorbije vier jaar voerden archeologen van de Universiteit van Birmingham en het Oostenrijkse Ludwig Boltzmann Institute for Archeological Prospection in het kader van het "Stonehenge Hidden Landscapes" project gedetailleerde bodemscans uit met magnetometers en grondradars.

Deze metingen verliepen soms problematisch doordat de bodem in de voorbij eeuw soms sterk verstoord werd. Zo vond in de jaren ‘70-’80 in de weiden rond het monument een jaarlijks muziekfestival plaats waardoor het gebied veel afval (blikjes, kroonkurken…) blijkt te bevatten.

Ook de Britse militairen hebben het terrein gebruikt. Tijdens WO I bouwden ze er een vliegveld en werden trainingsfaciliteiten (loopgraven, schietstand) aangelegd.

Aan de Gentse bio-ingenieurs werd gevraagd om hun expertise met een geavanceerde elektromagnetische inductie bodemsensor in te zetten om de meetproblemen het hoofd te bieden. In de afgelopen twee jaar scanden zij een oppervlakte van 1,25 km2, inclusief het veld waarin het beroemde stenen monument staat.

Uit de gecombineerde sensormetingen van het team kwamen talrijke, voorheen onbekende, bodemsporen van archeologische structuren aan het licht, waaronder restanten van 17 nieuwe rituele monumenten, verdwenen grafheuvels en talrijke kleinere prehistorische structuren zoals opgevulde grachten, grote putten en perceelgrenzen.

De nieuwe vondsten van het internationaal team werden eerder deze week in Birmingham aan de internationale pers voorgesteld.

De Belgische delegatie werd vertegenwoordigd door UGent onderzoekers van de Onderzoeksgroep Ruimtelijke Bodeminventarisatietechnieken (ORBit), dr. Philippe De Smedt en dr. Timothy Saey.

Het Gentse ORBit-team is gespecialiseerd in het mobiel inzetten van diverse types niet-invasieve bodemsensoren en de erbij horende gegevensverwerking tot digitale beelden.

Naast Stonehenge is ORBit ook actief op binnen- en buitenlandse archeologische sites zoals de WO I- frontzone in West-Vlaanderen en de Romeinse stad Carnuntum in Oostenrijk. Het is hun bedoeling om in de komende twee jaar de opmetingen te Stonehenge nog uit te breiden tot zo'n 2,5 km².

Professor Marc Van Meirvenne: "Na drie veldcampagnes in Stonehenge blijkt overduidelijk de meerwaarde van de inzet van diverse types van bodemsensoren."

"Zonder de bodem te verstoren zijn we in staat om nieuwe archeologische sporen te identificeren, zelfs in Stonehenge – sinds lang reeds één van de meest intens onderzochte archeologische sites ter wereld." << (Saskia Van Hoyweghen) (foto: UGent / P. De Smedt)

Op de foto:
Mobiele bodemsensor van ORBit aan het werk op Stonehenge.