Risicogronden binnen uw gemeente?

16 jul

Risicogronden in kaart brengen en onderzoeken, het is cruciaal om bodemverontreiniging te voorkomen en het bodembeleid te realiseren. Elke gemeente in Vlaanderen brengt de risicogronden op zijn grondgebied in kaart en wisselt die Gemeentelijke Inventaris (GI) uit met het grondeninformatieregister (GIR) van de OVAM. Is een grond opgenomen in het GIR, dan wordt dit vermeld op het bodemattest. Zo worden kandidaat-kopers goed geïnformeerd over eventuele risico's die ze lopen.

30.000 nieuwe risicogronden

De OVAM lanceerde in 2012 een webloket voor gemeenten om de Gemeentelijke Inventaris digitaal uit te wisselen. De OVAM ondersteunde de gemeenten daarbij via onder meer toelichtingen, richtlijnen en advies op maat. Meer details vindt u op www.ovam.be/gemeentelijke-inventaris.
Inmiddels hebben de gemeenten serieuze inspanningen geleverd om hun Gemeentelijke

Inventaris op te bouwen:
- Een jaar na de lancering hadden 89 gemeenten de informatie van 24.000 kadastrale percelen met VLAREBO-rubrieken uitgewisseld.
- Na de streefdatum van 1 april 2014 voor het uitwisselen van de informatie uit VLAREM-vergunningen steeg dit aantal tot ruim 88.000 percelen van 265 gemeenten. In de loop van mei 2014 liepen de cijfers verder op tot 92.000 VLAREBO-percelen van 271 gemeenten.

De uitgewisselde gegevens vormen de basis voor het afleveren van correcte bodemattesten. Op die manier is de informatie van bijna 45.000 risicogronden in Vlaanderen in kaart gebracht. Daarbij zijn ruim 30.000 nieuwe risicogronden geïdentificeerd.

OVAM blijft de gemeenten ondersteunen

Om de inventaris van risicogronden verder te vervolledigen en actueel te houden en de kwaliteit van de uitgewisselde gegevens te waarborgen, blijft de OVAM de gemeenten ondersteunen. Daarvoor gaat de OVAM eerst na welke ondersteuning nodig is voor de uitwisseling van informatie uit oudere milieuvergunningen.

Door risicoactiviteiten systematisch te inventariseren en te onderzoeken en door verontreinigingen zo snel mogelijk aan te pakken, kunnen ernstige schade en oplopende (sanerings)kosten voorkomen worden. Met een volledige gemeentelijke inventaris krijgen de lokale besturen bovendien zelf een beter overzicht van mogelijk verontreinigde gronden op hun grondgebied.

Eens alle risicogronden geïdentificeerd zijn, kunnen brownfields snel worden opgespoord, net als andere risicogronden waarvoor de OVAM mogelijk een specifieke aanpak kan voorzien. Voorbeelden vindt u op www.ovam.be/lokale-besturen. In gemeenten die de GI hebben uitgewisseld, kan de aanpak van historische erfenissen, stadskankers of kwetsbare gebieden versneld van start gaan.