VLAREBO wijzigt op 1 februari 2016!

03 feb

Op 3 december 2015 verscheen in het Belgisch Staatsblad het 'Besluit van de Vlaamse Regering, van 23 oktober 2015, tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (verder VLAREBO)'. Deze VLAREBO-wijziging is in belangrijke mate gekoppeld aan de wijziging van het Bodemdecreet dat op 1 januari 2015 in werking trad.

 

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?

 

  1. Er is een verduidelijking opgenomen in artikel 21 van het VLAREBO over de lijst van risico-inrichtingen. In deze verduidelijking wordt aangegeven welke inrichtingen in het kader van het Bodemdecreet niet beschouwd worden als risico-inrichtingen. Zo wordt een inrichting, waarvan de sluiting van de inrichting dateert van vóór 11 februari 1946, niet beschouwd als risico-inrichting.
  2. Artikel 22, in verband met de gegevens die opgenomen worden in de gemeentelijke inventaris, is gewijzigd. In de gemeentelijke inventaris worden niet enkel risicogronden opgenomen, maar ook de gronden waarop uitsluitend een activiteit wordt uitgeoefend, ingedeeld onder categorie 'I' zoals weergegeven in bijlage 1 van het VLAREBO. Zo moet een gasfabriek, waarvan de inrichting is gestopt voor 11 februari 1946, niet aanzien worden als een risico-inrichting, De gemeente zal deze grond wel opnemen in de gemeentelijke inventaris, omdat deze activiteit valt onder de categorie 'I'. Op deze manier worden de activiteiten met categorie 'I' geïnventariseerd. De OVAM kan vervolgens, op basis van een prioriteitsbepaling en binnen de beschikbare middelen, via een programmatorische aanpak de nodige bodemonderzoeken en de eventuele noodzakelijke maatregelen uitvoeren op deze gronden.
  3. De verdeelsleutel voor de verdeling van de vermengde verontreiniging is opgenomen in artikelen 54/16 en 54/17 van het VLAREBO. 
  4. In artikel 64 van het VLAREBO wordt aangegeven in welke gevallen al dan niet een nieuw oriënterend bodemonderzoek moet uitgevoerd worden en dit onder meer bij overdracht van een risicogrond. De artikelen over de beperkte aanvulling van het oriënterend bodemonderzoek (artikel 66) en deze van de bundeling en aanvulling van beschikbare gegevens (artikel 67) zijn geschrapt. Vanaf 1 februari 2016 is het niet langer mogelijk een beperkte aanvulling uit te voeren, maar moet dit opgenomen worden in een nieuw oriënterend bodemonderzoek.
  5. De volledige afdeling in verband met risicobeheer is geschrapt (artikelen 105 tot en met 120).  Het beheer van een verontreiniging kan nu gebeuren met een (gefaseerd) bodemsaneringsproject. 
  6. De meldingsformulieren van overdracht en onteigening zijn geschrapt (artikelen 141-142; 149-150).

De gewijzigde VLAREBO treedt in werking op 1 februari 2016 en kunt u hier terugvinden.