BIM: Verontreiniging door aanvulmateriaal: afperking

15 nov

Wij herinneren u dat hoofdstuk 7, punt 3 van de type-inhoud van het gedetailleerd bodemonderzoek (besluit van 8/07/2010, B.S. 20/07/2010) onder meer bepaalt dat een verontreiniging die verband houdt met aanvulmateriaal over zo goed als de volledige oppervlakte van een perceel, niet horizontaal dient afgeperkt te worden. In dit geval dient men er van uit te gaan dat het geheel van het perceel chemisch verontreinigd is door puin.

Indien het verontreinigd aanvulmateriaal slechts op een deel van het perceel aanwezig is, moet een horizontale afperking van deze verontreiniging uitgevoerd worden.

Indien de deskundige het toch relevant acht om af te perken in het aanvulmateriaal, dat zich over zo goed als de volledige oppervlakte van het perceel bevind, mag hij dit doen. Het BIM behoudt zich echter het recht voor om deze afbakening niet te aanvaarden indien er vermoedens blijven van verontreinigingen gelinkt aan aanvulmateriaal buiten de afbakeningszone. Bijvoorbeeld:

·      Alle boorbeschrijvingen geven verdacht puin aan,

·      De door de deskundige getekende contour is zeer onregelmatig en omvat een groot deel van het perceel,

·      De deskundige tekent meerdere contouren van puinverontreinigingen, verspreid over het perceel,

·      Enz.

Bovendien stellen we vast dat sommige deskundigen op naastliggende percelen contouren tekenen van puinverontreinigingen terwijl er geen enkele boring werd uitgevoerd of er geen andere objectieve informatie bekend is met betrekking tot de aanwezigheid van verontreinigd aanvulmateriaal bij de buren. Omdat de verontreinigingen die verband houden met aanvulmateriaal niet horizontaal moeten afgeperkt worden, moet de contour niet getekend worden op dit buurperceel, tenzij een concreet  element (o.a. overschrijding van de interventienorm) de aanwezigheid van verontreinigd aanvulmateriaal op een buurperceel aangeeft.

 

 

Bron: BIM http://www.ibgebim.be/index.htm