Meeuwen-Gruitrode en Opglabbeek brengen stortplaatsen in kaart

17 nov

Tegen 2036 willen we op zijn minst gestart zijn met de sanering van alle historische stortsites in Vlaanderen en willen we een duurzaam voorraadbeheer van stortplaatsen ontwikkelen. In Meeuwen-Gruitrode en Opglabbeek zijn we nu een pilootproject gestart.

Zee van onbenutte ruimte

In Vlaanderen liggen nog talloze verontreinigde gronden ten gevolge van ons rijke industriële verleden. En daar ondervinden we nog altijd hinder van. Door onbenutte verontreinigde terreinen opnieuw te activeren, wordt de beschikbare ruimte duurzaam gebruikt en de economische ontwikkeling gestimuleerd. Grondstoffen en open ruimte zijn hier immers schaars en dus kostbaar.
Dankzij de gegevens van de gemeentelijke inventarissen van risicogronden zijn al meer dan tweeduizend voormalige stortsites gekend. Hoewel de omvang meestal beperkt is tot minder dan 1 hectare per stortplaats, ramen we het totale stortareaal op 87,91 km², vergelijkbaar met de oppervlakte van een Vlaamse centrumstad. Een zee van onbenutte ruimte dus.

Onbekende sites

Naar aanleiding van een recent bodemonderzoek van een oude stortplaats in Meeuwen-Gruitrode brachten inwoners andere locaties in de gemeente aan het licht waar vroeger mogelijk gestort werd. Met het oog op de toekomstige fusie werd ook in Opglabbeek het thema aangekaart. De gemeenten doen nu een beroep op de steun en expertise van de OVAM om de risico’s in kaart te brengen. Wij zorgen voor een uitgebreid historisch onderzoek, met speciale aandacht voor nog onbekende stortplaatsen. De gemeenten verlenen hun volledige medewerking. Ze deden zelfs een oproep aan oudere inwoners om nog meer onbekende stortsites te melden.

Opportuniteit

Nu de oude stortplaatsen gekend zijn, zorgen we voor een volledige administratieve karakterisering met visuele inspectie van de terreinen. De volgende stap is per stortplaats in te schatten welke maatregelen we moeten nemen. Een minderheid van de stortplaatsen zal gesaneerd moeten worden, maar een eerste bodemonderzoek is essentieel om eventuele risico’s in kaart te brengen. Stortplaatsen geven vaak aanleiding tot onzekerheid en ongerustheid: Is de grond verontreinigd? Hoeveel zal het kosten om de bodem te saneren? Juist daarom is het noodzakelijk dat we de sites onderzoeken en uitsluitsel geven. We moeten de sanering van een stortplaats zien als een opportuniteit. Alle terreinen die niet aangepakt worden, kunnen immers ook niet herontwikkeld worden. Gesaneerde stortplaatsen kunnen daarnaast ook dienst doen als waterbuffer in overstromingsgebieden. Daarvoor hoeven dan geen greenfields aangesneden te worden.

Ervaring opdoen

In Mechelen en Beringen en op een specifieke locatie in Aalst en in Geel hebben we intussen gelijkaardige samenwerkingen opgestart met de gemeentebesturen. Zo doen we heel wat ervaring op waarop we de aanpak van de andere stortplaatsen in Vlaanderen kunnen baseren. Tegen 2036 willen we op zijn minst gestart zijn met de sanering van al die sites. Deze proefprojecten staan ook model voor een duurzaam voorraadbeheer van stortplaatsen, zoals vooropgesteld in de conceptnota rond duurzaam voorraadbeheer van stortplaatsen die de Vlaamse Regering eind 2015 goedkeurde.
Intussen maken we een ruwe inschatting van de verdere onderzoeks- en saneringskosten voor alle historische stortplaatsen. In een laatste fase bekijken we hoe de stortplaatsen herontwikkeld kunnen worden. Daarvoor maken we gebruik van het Ruimtemodel Vlaanderen van VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek).

Bron : nieuwsbrief ovam