Het belang van binnenluchtmetingen bij VOCl-verontreinigingen

06 apr

Situering

In augustus 2019 werd in opdracht van de OVAM gestart met de sanering van een VOCl-verontreiniging ter hoogte van een voormalige droogkuissite. Op de site stond er een gebouw dat eigendom was van de gemeente, met een deels publieke functie.

Verschillende bodemonderzoeken hadden de aanwezigheid van de verontreiniging aangetoond. Het was onmogelijk om de kernzone te bepalen door:
  • de beperkte informatie over de voormalige droogkuisactiviteiten;
  • het feit dat er niet overal in het gebouw veldwerk kon worden uitgevoerd;
  • de onduidelijkheid van de effectieve hoeveelheid aanwezige vuilvracht onder het gebouw.
Hierdoor bleef een mogelijke binnenluchtverontreiniging door dampintreding (vapor intrusion) onderbelicht.

Noodzaak aan binnenluchtmetingen

Bij de plaatsing van een bodemluchtextractiefilter in één van de lokalen werden sterk verhoogde VOCl-concentraties onder de vloerplaat gedetecteerd. De vraag rees of vapor intrusion zou kunnen leiden tot verhoogde binnenluchtconcentraties in het lokaal. Dit werd onderzocht met binnenluchtmetingen met een passieve diffusieve bemonsteringsmethode, zijnde adsorptie buisjes (Radiello™). De analyseresultaten wezen op de aanwezigheid van zeer hoge VOCl concentraties in de binnenlucht van het lokaal, waarna het lokaal door de gemeente buiten gebruik werd gesteld.
Hierop werd besloten om de binnenluchtconcentratie in heel het gebouw te controleren. De analyseresultaten van de Radiello’s toonden aan dat er overal verhoogde PER (tetrachlooretheen) concentraties werden vastgesteld. Het vapor intrusion effect was dus in heel het gebouw merkbaar. Deze bevindingen dwongen de gemeente om het volledige gebouw af te sluiten.

In kaart brengen van de vapor intrusion

Na vaststelling van de vapor intrusion was het zaak om deze luchtverontreiniging zo snel en volledig mogelijk in kaart te brengen en aan te pakken, zodat het gebouw weer in gebruik kon worden genomen. De eerste stap was het opsporen van de verspreidingsroutes (toegangswegen) waarlangs de bodemlucht kon binnendringen. Maar welke bemonsterings- en/of analysetechniek was aangewezen? Radiello’s zijn namelijk niet gemaakt om metingen uit te voeren ter hoogte van specifieke (constructie)punten. Door de lange bemonsterings- (één tot twee weken) en analysetijd in het labo (ongeveer twee weken) mist men de nodige flexibiliteit gedurende de metingen en de mogelijkheid om snel te handelen. Daarom werd er beroep gedaan op een mobiele GC-MS unit.
Deze methode maakt het immers mogelijk om de binnenluchtconcentratie in elk lokaal in real-time (momentopname) te bepalen. Dit liet ook toe om op zoek te gaan naar specifieke verspreidingsroutes in het gebouw (schakelaars, deur- en muurkieren, ventilatie- en andere nutsleidingen, …) waarlangs vapor intrusion kon optreden. Een argument om niet voor een ‘gewone’ PID-meter te kiezen, was het feit dat de mobiele GC-MS unit specifiek voor de verontreinigingsparameters meet en dus in tegenstelling tot een PID-meter geen ‘algemene’ indicatieve waarde geeft zodat er met zekerheid bepaald kon worden of de verhoogde waardes afkomstig waren van de bodemverontreiniging.
Er werden gedurende een hele dag in alle lokalen metingen van de binnenluchtkwaliteit uitgevoerd bij verschillende ‘scenario’s’. Zo werd onder meer het effect van het openen van de deuren onderzocht en werden de verspreidingsroutes waarlangs vapor intrusion optreedt geïdentificeerd.

Maatregelen en controle

Om de vapor intrusion aan te pakken werd de bodemluchtextractie opgestart en werden de geïdentificeerde verspreidingsroutes afgedicht. Tijdens de controlemeting met de GC-MS unit bleek dat de globale binnenluchtconcentratie duidelijk was afgenomen. Slechts in één lokaal werd er nog een verhoogde concentratie vastgesteld. Bij verder onderzoek bleek een niet afgedichte kabelbuis (zie foto) de oorzaak te zijn. Verder bevestigden de Radiello metingen dat de binnenluchtconcentraties in alle lokalen onder de afgeleide richtwaarden lagen waarna het gebouw begin 2020 terug in gebruik werd genomen.
 

Conclusie

Bovenstaande case toont aan dat het risico op vapor intrusion bij gebouwen waar een bodemverontreiniging met vluchtige componenten zoals VOCl’s aanwezig is, niet onderschat mag worden. Het uitvoeren van binnenluchtmetingen kan helpen om het al dan niet voorkomen van vapor intrusion vast te stellen en is noodzakelijk om de eventuele blootstellingsrisico’s in kaart te brengen.
Om een eerste inschatting te maken van het blootstellingsrisico en de aanwezigheid van vapor intrusion vast te stellen, kan de Radiello bemonsteringsmethode gebruikt worden. Echter wordt er voor een detailonderzoek waarbij flexibiliteit en snelheid van handelen belangrijk zijn beter gebruik gemaakt van andere screeningsmethodes via PID-metingen of mobiele GC-MS metingen.
Deze metingen met on-site resultaat leveren namelijk belangrijke bijkomende informatie om de complexe vapor intrusion problematiek in kaart te brengen. Door combinatie van beide methodes kan men snel tot een op maat gemaakt opvolgingsplan komen.

Meer info

Raadpleeg de 'Code van Goede Praktijk: Evaluatie van uitdampingsrisico’s in het kader van bodem- en grondwaterverontreinigingen’.